donderdag 3 april 2025

hertenhart

Mijn handen,
nog maar half ontwaakt,
graaien, 
              als vallen,
                              als lijken landen,
naar een foto, ooit van ons gemaakt.

Hij
is een arm, een “opgelet”
Zijn ogen water van de zee,
ontvangers van mijn elk gebed.
“Als jij gaat, ga ik mee.”

Hij
is donderdagen in de stad,
wanneer de nacht je deed verdwalen.
Nerveus en knagend zat,
nog nooit geziene lamppalen.
Je weent ervan,
je hertenhart
schrikt bij elk geruis,

Tot je draait,
een kwart,

en de weg herkent naar huis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

liefdesbrief #2: Bernard

My nephew writes his name with his tiny finger against the fogged car window. With his toothless grin he reads: 李欣陽. “陽 like in 太陽”, like in...